W.F. Hermans, fotograaf

Ik was net begonnen met het herlezen van W.F. Hermans’ Nooit meer slapen, voor het eerst in twintig jaar denk ik, toen ik hoorde dat De Donkere kamer van Damokles deze maand gratis aan leden van de Openbare Bibliotheek wordt verstrekt.

Tegelijkertijd opende het Nederlands Fotomuseum de expositie De Donkere Kamer van Hermans, met een overzicht van zijn fotografisch werk.

Kinderen, San Sebastian 1962. Foto: W.F. Hermans. Collectie Letterkundig Museum, Den Haag

Deze tenstoonstelling maakt duidelijk waarom we ons Hermans herinneren als één van de Grote Naoorlogse Schrijvers en niet als één van de Grote Naoorlogse Fotografen. Aardige foto’s hoor, daar niet van, maar echt bijzonder zijn ze niet. Hier een paar voorbeelden. (Meer op de site van W.F. Hermans.)

Brandingsnis. S. Antonio, Ibiza 1959 (foto: W.F. Hermans, WFH archief)

Goedbeschouwd is wat Hermans over fotografie schrijft en hoe hij fotografie in zijn literatuur verwerkt, veel interessanter. In de Donkere Kamer speelt fotografie al een grote rol; in Nooit meer slapen wordt het bijna een thema.

Ga maar na, aan de hand van zes voorbeelden.

1. Alfred Issendorf, promoverend geoloog, is op zoek naar bewijs voor een meteorieteninslag in het noorden van Noorwegen. Daar heeft hij eigenlijk luchtfoto’s voor nodig. In de eerste hoofdstukken van het boek wordt hij, speelbal van professoren die elkaar het licht in ogen niet gunnen, van het kastje naar de muur gestuurd, zonder dat hij die foto’s in handen krijgt. Hij onderneemt zijn expeditie zonder foto’s maar komt er halverwege achter dat Mikkelsen, een van zijn reisgenoten, ze gewoon in zijn rugzak heeft zitten. Voor Alfred is alles rond die luchtfoto’s één groot complot.

2. Tijdens zijn tocht filosofeert Alfred over spiegelbeelden. Hij deelt de geschiedenis van de mensheid in in drie stadia. In het eerste stadium kent de mens zijn spiegelbeeld niet. Het tweede stadium start als Narcissus zijn spiegelbeeld ontdekt. En stadium drie begint met de uitvinding van de fotografie. Alfred bedenkt:

Voordien, als iemand zijn portret liet schilderen en het beviel hem niet, kon hij de schuld  aan de schilder geven. Maar de camera, weten wij, kan niet liegen. En zo kom je in de loop van  de jaren, via talloze foto’s, erachter dat je meestal jezelf niet bent, niet symmetrisch met jezelf

Vlechtende rivier. Zweden 1960. (foto: W.F. Hermans, WFH archief).

3. Een stukje verderop schrijft Hermans:

Midden door het fjord vaart een witte stoomboot. Witte stoomboot, blauw water, blauwe lucht, op de hellingen staan de zwarte dennen als rechtop in de grond gezette natte ravenveren. De witte stoomboot heeft een gele band om zijn pijp.

Dat is geen beschrijving van een landschap. Dat is een beschrijving van een foto.

4. Heel de onmogelijke en gedoemde expeditie van Alfred is te herleiden tot één groepsfoto van botanische geleerden op een congres in Lausanne. Zijn vader staat op die foto, maar waar van alle anderen de naam bij de foto staat, is hij anoniem. Hij is dan nog jong en onbekend. Helaas zou hij sterven voordat hij naam gemaakt heeft. Alfred moet en zal dit anders doen. Hij moet en zal het goedmaken voor zijn vader. Hij moet en zal een belangrijke ontdekking doen:

Een van de foto’s die we in Skoganvarre hebben gemaakt komt in een boek, datum en namen eronder. Maar ook mijn naam moet onder die foto staan. Het moet.

Gletscher. Zweden 1960 (foto: W.F. Hermans, WFH archief).

5. Arne, de reisgenoot met wie Alfred de tent deelt permitteert zich geen enkele luxe. Hij heeft een lekkende tent die met een gebroken bezemsteel omhoog gehouden wordt en hij fotografeert met een oude camera, waarvan de lens niet goed in de fitting zit. Het is bij iedere foto maar afwachten of hij gelukt is en Arne zegt dan ook steevast als hij afdrukt: Perhaps

6. Dat Hermans verstand heeft van de techniek van fotografie blijkt uit deze passage, als Alfred een foto maakt van reisgenoot Qvigstad die een forel gevangen heeft:

Scherp, in het midden van de foto de vis, de tak en de hand die de tak vasthoudt. Daaraan de arm van Qvigstad, naar achteren vervagend tot zijn hoofd, dat buiten de scherpte zal blijken te liggen, maar toch herkenbaar zijn. Ik maak de foto met grote lensopening. Ook de berg Vuorje op de achtergrond en de zwarte wolken in de blauwe lucht zullen vaag worden afgebeeld.

De rol die fotografie in Nooit meer slapen speelt valt me pas nu, bij derde lezing van het boek, echt op. Niet dat het heel belangrijk is. Ook zonder fotografie is Nooit meer slapen het beste Nederlandse boek dat ik gelezen heb.

Advertisements

About JWvanWessel

www.stijlfoto.nl | www.flickr.com/photos/stijlfoto | nl.linkedin.com/in/jwvwessel | twitter.com/jwvanwessel | jwvanwessel.wordpress.com
This entry was posted in Amateurfotografie, Fotografen and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to W.F. Hermans, fotograaf

  1. luchaasnoot says:

    JW, een ander boek dat ik je al een tijd wilde aanraden omdat fotografie er een belangrijke rol in speelt is ‘De kaart en het gebied’ van Houellebecq. Al gelezen?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s