Latere fotografen hebben begrepen dat er in het vastleggen van een tijdsverloop op zijn minst een net zo grote uitdaging is te vinden. Want hoe leg je verandering vast als je alleen maar een ultradun plakje uit de tijd kan snijden? In de loop van de fotografiegeschiedenis zijn hierop twee antwoorden geformuleerd: de serie en de lange sluitertijd.
Met een serie kun je op verschillende manieren tijdsverloop vastleggen. Het effect hangt vooral af van de tijd die verstreken is tussen de opnames. Is die tijd heel kort, dan wil de fotograaf meestal beweging registreren, bijvoorbeeld een serie opnamen van de wereldrecordsprong van een atleet. De tijd kan oplopen tot jaren. Deze series worden doorgaans vooraf uitgedacht, maar dat hoeft niet altijd. Bij vertrekkende politici of jubilerende staatshoofden worden de portretseries achteraf vaak uit losse foto’s bij elkaar gezocht.
Een relatief nieuwe manier om series te maken is de time lapse. Moderne point-and-shoot camera’s hebben dit als gelijknamige functie ingebouwd. Het idee is dat je een groot aantal foto’s met een lange tijdinterval maakt, om de resulterende serie vervolgens op filmsnelheid (25 beelden per seconde) af te spelen. Aardige gadget, en op YouTube sterft het dan ook van uitbloeiende bloemen en rottend fruit. Maar het zijn dus filmpjes!
De fotograaf Kyungwoo Chun onderzocht in extremis hoe tijd verloop, hoe verandering in één beeld te vangen is. Hij maakte portretten van mensen in een nagenoeg donkere kamer met een sluitertijd van een of zelfs twee uur. In het uur dat de camera op zijn gezicht stond gericht, heeft het model gelachen, verveeld gekeken, geniest, zijn ogen dicht gehad, boos gekeken, enzovoorts.
Het verrassende van deze foto’s is dat het tijdsverloop niet in beeld wordt gebracht, maar dat er een soort algemeen, archetypisch gelaat ontstaat, waar in wisselende gezichtsuitdrukkingen en emoties zijn uitgewist door de tijd.
Je kunt meer foto’s op zijn site zien; de serie heet One-Hour Portrait.
Dit soort projecten riepen bij mij de vraag op wat je te zien krijgt als je zo’n methode over een paar jaar kunt uitsmeren. Als je een ouderwordend of volwassen wordend gezicht op zo’n soort manier in beeld zou brengen. Omdat het iets te veel gevraagd is om een model 7 jaar voor een camera te zetten, heb ik een andere aanpak moeten kiezen. Ik heb een paar honderd foto’s van hetzelfde gezicht over een periode van zeven jaar over elkaar heen gelegd. Het zijn twee kinderen tussen de leeftijd van 4 en 11 en 2 en 9 jaar, van wie foto’s rijkelijk beschikbaar waren, en waar alleen de gezichten maar uitgehaald hoefde te worden. Het resultaat zie je hieronder. Conclusies over de relatie tussen tijd en fotografie mag je zelf trekken.






Pingback: Het Beslissende Moment | JW's Recognitions
Wat een interessant artikel! Wat een werk moet dit geweest zijn. Hoe lang ben je met 1 foto bezig geweest? En wat heb je als referentie gehouden: Ogen neem ik aan, en dan de grootte van het hoofd telkens geschaald?(Dit is bij kinderen van die leeftijd tenslotte sowieso telkens anders, afgezien van de grootte op de foto zelf…) Ik vraag me nog wel meer af nu ik er over nadenk… 385 foto’s en dan elke ‘laag’ een transparantie van 1/3,85 procent?
Ik denk dat ik een uur met de eerste foto bezig ben geweest, en een half uur met de tweede.
Daaraan voorafgaand misschien nog een uur of twee met het uitzoeken van de 770 foto’s die ik gebruikt heb.
Je mag hieruit begrijpen dat ik het proces aardig heb kunnen automatiseren.
Pingback: Corinne Vionnet – look again | JW's Recognitions
Pingback: Emiel van Moerkerken | JW's Recognitions