Gratis foto’s! Of?

Niet zelden wordt een goed verhaal verpest door extreem suffe foto’s. Zonde. Besteed je zoveel tijd aan de tekst, doe je jezelf tekort met totaal nietszeggende, clichématige beelden. Je kent ze wel. Altijd weer die net iets te gladde stockfoto’s, high-key in de belichting, in een kantooromgeving en vaak net iets té geposeerd. Ze zijn bedoeld om het artikel te verluchtigen maar vaak wekken ze ergernis. Stockfoto’s zijn kortom de liftmuziek van de beeldkunst.

Mohamed Muha

Foto door Mohamed Muha (licentie: CC Naamsvermelding-GelijkdDelen)

En dat terwijl er letterlijk miljarden beelden op het internet voor het oprapen liggen. Veel daarvan zijn bagger, maar dan blijven er nog altijd miljoenen goede en bruikbare beelden over. Beelden waar je niets voor hoeft te betalen, als je weet wat je doet en waar je moet zoeken.

Ik help je graag op weg in de wereld van kosteloze beelden. In dit artikel leg ik om te beginnen uit welke type bronnen er zijn, hoe het zit met licenties en gebruiksrecht en welke kosten er aan verbonden zijn.

Gratis is niet hetzelfde als rechtenvrij

Om te beginnen is gratis niet hetzelfde als rechtenvrij. Het is veilig om er vanuit te gaan dat de rechten altijd bij de maker van de beelden blijft. En dat je die maker altijd de credits geeft, dat wil zeggen dat je zijn of haar naam als auteursrechthouder bij de foto noemt.

Dan blijven er twee vragen over: wanneer moet je toestemming vragen en wanneer moet je betalen? Beide antwoorden hangen af van het licentiemodel.

Foto door Alex Hartmann (Licentie: CC GelijkDelen)

Vraag de maker om toestemming

Als je bij een afbeelding termen ziet als Copyright, All rights reserved of het bekende symbool ©, dan weet je hoe laat het is. De maker wil geld zien voor het gebruik van zijn beeldmateriaal en wil niet dat je het beeld verandert. Daar moet je je dan ook aan houden. Niet alleen omdat dat nu eenmaal de wet is, maar ook omdat degene die zijn beeldmateriaal beschermt er waarschijnlijk van moet leven. Het ongeoorloofd gebruik van beschermd beeldmateriaal houdt toch een beetje het midden tussen winkeldiefstal en het niet betalen van een rekening van iemand die je wel degelijk een dienst heeft geleverd.

Vraag de maker dus om toestemming en de voorwaarden. Veel van dit beeldmateriaal wordt overigens door tussenhandelaren aangeboden. Stockfotosites zijn daar de bekendste van. Je kunt ze zien als de combinatie van agent en marktplaats voor fotografen die hun beelden aanbieden.

Over een claim valt te onderhandelen

Sommige daarvan bewaken de rechten van hun deelnemers met verve. Dit heb ik vorig jaar zelf ontdekt toen ik een email van GettyImages kreeg, met een claim van €580 voor het gebruik van een foto op onze website. Het ging om een afbeelding van postzegelformaat van een paar kleurige verfpotten, wat we bij een nieuwsberichtje hadden geplaatst. Het fotootje was inderdaad van het internet geplukt, al twee jaar eerder. Ik geloof niet dat het nieuwsbericht nog veel gelezen werd. Ik heb als volgt op de claim gereageerd:

Om te beginnen heb ik de foto direct verwijderd. Daarmee is de overtreding niet ongedaan gemaakt, dus ik heb ook gelijk een e-mail aan GettyImages geschreven waarin ik hun rechten erkende, maar de hoogte van de afkoopsom bestreed. Ik gaf aan dat het beeld erg klein was en op een nauwelijks gelezen pagina stond. Ik bood aan de helft van hun bedrag te betalen.

Mijn bod werd per kerende post geaccepteerd, dus ik denk eigenlijk dat er nog wat meer te onderhandelen viel. Maar de les uit dit verhaal: gebruik geen beeldmateriaal waarvan je niet zeker weet hoe de rechten geregeld zijn, en als je dat wel weet: houd je dan aan de voorschriften. Niet voor niets heeft GettyImages als motto: The internet is not a free self service.

Waar komt een beeld vandaan?

Er wordt op het internet zo veel gekopiëerd, geknipt en geplakt dat niet altijd duidelijk is waar een afbeelding vandaag komt. Soms staat het in de metadata van een foto. Die kun je zien door in een fotoviewer, bijvoorbeeld de standaard Windows Viewer, de properties op te vragen. In de EXIF- of IPTC-data die je dan te zien krijgt, staat een veld Copyright Notice en een veld Usage Rights Notice. Helaas zijn die velden bij doorgekopieerde en bewerkte foto’s vaak leeg.

In dat geval kun je via zogeheten ‘reverse image search’ de bron van de foto achterhalen. TinEye is na het uploaden van een foto alle vindplaatsen laten zien. Maar je kan het ook gewoon met Google Afbeeldingen doen. Ook daar kun je ook een foto uploaden om de vindplaatsen te zien te krijgen. Hier krijg je er vaak meer te zien dan bij TinEye. Google zou Google niet zijn als ze niet ook meteen aangeven wat het waarschijnlijke onderwerp van de foto is, en waar je er meer informatie over kunt vinden.

Foto van William Warby

Creative Commons

Maar je kunt jezelf ook al die moeite besparen. Er is voldoende beeld te vinden waar je niet voor hoeft te betalen en je geen zorgen hoeft te maken over de rechten. Veel fotografen verspreiden hun beelden tegenwoordig onder een gemeenschappelijk licentiemodel dat Creative Commons (CC) heet.

Dit model, dat niet alleen fotografen maar bijvoorbeeld ook muzikanten en filmmakers gebruiken, is bedacht om het voor creativelingen makkelijker te maken om hun werk verspreid te krijgen, zonder ingewikkelde auteursrechtenkwesties. Zoals CC het zelf op zijn site formuleert: “Met een Creative Commons licentie behoud je al je rechten, maar geef je aan anderen toestemming om je werk te verspreiden, met anderen te delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken.”

De Creative Commons licentie kent zes niveaus, van ‘je mag er alles mee als je de maker maar noemt’ tot ‘je mag het gebruiken, maar je moet de maker melden, je mag het niet veranderen en je mag er geen geld aan verdienen’.

Combinaties van vier iconen maken duidelijk welke voorwaarden gelden (de teksten bij de iconen zijn van Creative Commons):

BYNaamsvermelding. Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen, en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is – maar uitsluitend als jij vermeld wordt als maker.

noncommNiet-commercieel. Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden.

nomodGeenAfgeleideWerken. Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal.

shareGelijkDelen. Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk.

Deze vier iconen komen in zes combinaties voor. Soms worden de iconen niet gebruikt, maar alleen de (enigszins cryptische) omschrijving. Onderstaande tabel erbij maakt duidelijk wat ze bedoelen:

cc1 Naamsvermelding

cc2 Naamsvermelding-GelijkDelen

cc3 Naamsvermelding-NietCommercieel

cc4 Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen

cc5 Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken

cc6 Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken

Op de webiste van Flickr zijn de licenties uitgebreider en in gewonemensentaal uitgelegd. Ook dit artikel in Wikipedia legt het goed uit. De officiële licenties inclusief de kleine lettertjes vind je hier.

En als je zelf beelden maakt en verspreidt: op de site van Creative Commons is een handige tool te vinden waarmee je makkelijk kunt bepalen welke licentie voor jouw van toepassing is.

Public Domain

Foto uit 1850, gemarkeerd als Public Domain

Naast moderne beelden die onder Creative Commons zijn geplaatst, is er nog een grote categorie van interessante beelden waarvan de auteursrechten vervallen zijn. Dit zijn beelden waarvan de maker langer dan 70 jaar dood is. Daarna komen deze in het publieke domein terecht. Zulke afbeeldingen zijn vaak inhoudelijk extra interessant (hier in het tweede artikel meer over).

pd

 

 

Overigens bestaat er naast het recht van de maker van het beeld ook nog de rechten van de geportertreerde en/of de maker van het geportretteerde (in geval van bijvoorbeeld een foto van een kunstwerk). Dus ook als de foto zelf onder CC is uitgebracht, ben je in die gevallen niet alijd zeker dat je het beeld zomaar mag gebruiken.

Er is meer ingewikkelde materie, maar daar zou dit artikel te lang door worden. Maar nog één tip: in het geval van afbeeldingen van bekende mensen en kunstwerken, kun je maar beter toestemming vragen. Better safe than sorry!

Dit artikel verscheen eerder op  Frankwatching.

Geplaatst in Foto's, Tools | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

World Press Photo 2014

Op Hemelsvaartdag bezochten we de World Press Photo 14 tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden gaat het hier niet om de beste persfoto’s van de wereld uit 2014, maar uit 2013. De World Press Photo is een Nederlandse vinding, dat wist ik niet. Het is in 1955 bedacht door een paar Nederlandse fotojournalisten die de Zilveren Camera een internationale tegenhanger wilden geven.

Het totaal aantal inzendingen bedroeg dit jaar maar liefst 98.671 foto’s, afkomstig van 5.754 fotografen. De fotografen hebben gemiddeld kennelijk ruim 17 foto’s per persoon ingezonden.

Die honderdduizend foto’s worden beoordeeld door een jury van 20 mensen. Om in aanmerking te komen voor een prijs moet de foto een hele grote stop-factor hebben, dat wil zeggen iets hebben dat ervoor zorgt dat een kijker langer dan een tiende seconde bij de foto blijft, in plaats van meteen door te gaan naar de volgende foto.

Stop-factoren zijn ook in de reclamefotografie ontzettend belangrijk: die bepaalt of een lezer doorgaat naar de volgende pagina, of de advertentie zal gaan lezen.

En dat is het grootste bezwaar tegen deze vorm van fotoprijzen voor iets dat zo belangrijk is: het gaat mij een beetje teveel op reclamefotografie lijken. De discussie of je verschrikkelijke gebeurtenissen ‘mooi’ in beeld moet willen brengen is niet voor niets bijna even oud als de fotografie zelf.

Neem deze foto van Taslima Akhter, derde prijs in de categorie Spot News.

World Press Photo 2014. Derde prijs Spot News singles. 'Final Embrace'. Fotografe: Taslima Akhter.

World Press Photo 2014. Derde prijs Spot News singles. ‘Final Embrace’. Fotografe: Taslima Akhter.

Wat zien we op deze foto? Wie het grote nieuws vorig jaar een beetje gevolgd heeft, vermoedt: twee slachtoffers van de ingestorte naaiateliers in Savar, Bangladesh en dat klopt. De foto is een krachtig beeld, dat hard op je emoties speelt. Dit wordt nog eens versterkt door de titel: ‘Final Embrace’. Maar het fotobijschrift is objectiever: “Victims lie in the rubble, on the day after the Rana Plaza building, which accommodated five garment factories, collapsed.”

Maar waarom dan die titel Final Embrace? Vooral gezien het vervolg van het onderschrift: “The relationship between the two people is not known.” Op tientallen fotoblogs en nieuwssites wordt gesproken over de kracht van liefde, waar de dood geen vat op krijgt, etc. Maar dat weten we dus helemaal niet. Het net zo goed zijn dat de man op een verdieping boven de vrouw werkte en door het geweld van het instortende puin door toeval in deze houding is terecht gekomen. Wat we wel weten, is dat we hier twee van de ruim 800 doden zien die de instortende gebouwen tot gevolg hadden. Laten we dat soort foto’s alsjeblieft niet ‘hautingly beautiful’ noemen, zoals zelfs Time deed.

Bij mooi nieuws mogen mooie foto’s, maar bij lelijk nieuws passen eigenlijk alleen lelijke foto’s. Foto’s waarin het mooie niet afleidt van de feiten die de foto weergeeft.

Misschien wordt het tijd voor een nieuwe opzet van de World Press Photo. Noem het de World News Photo en laat alle foto’s die op internet gepubliceerd zijn potentieel winnaar zijn. Amateur en professional, telefoonsnapshot en professionele studio-opstelling. De winnende foto’s worden bepaald aan de hand van de impact die ze hebben gehad. De impact is voor 50% te bepalen aan de hand van het aantal likes, retweets, repins, etc., en aan de hand van hoeveel er op internet over gesproken is. De andere 50% wordt bepaald door de waardering van nieuws-professionals (niet per se fotografen), wat weer bepaald wordt door het aantal nieuwsmedia waarin de foto’s verschenen zijn en het bereik daarvan.

World Press Photo 2014. Derde prijs Sports Feature singles. Free Diving with Sharks. Fotograaf: Donald Miralle

World Press Photo 2014. Derde prijs Sports Feature singles. ‘Free Diving with Sharks’. Fotograaf: Donald Miralle

Geplaatst in Foto's, Modefotografie, Nieuwsfotografie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Michael Wolf, Stijlist

Er is een reden waarom mijn eigen fotosite Stijlfoto.nl heet en ik op Flickr de gebruikersnaam Stijlfoto heb. Die reden is de kunststroming De Stijl uit het begin van de vorige eeuw. De leden van deze stroming, met Piet Mondriaan als de meest bekende, wilde zoveel mogelijk abstraheren van inhoud, vorm en kleur en dat bij voorkeur in horizontale en verticale lijnen. (Er staat me een anekdote bij dat leden van De Stijl ruzie kregen over het gebruik van diagonale lijnen.)

Ik geloof niet dat de kunstenaars van De Stijl zich stijlisten noemden maar het zou een mooie naam zijn.

De Duitse fotograaf Michael Wolf is hier, naar ik aanneem onbedoeld, verwant aan De Stijl. Hij woont en werkt in Hong Kong. Dan kun je als stijlist geen andere foto’s maken dan deze.

Michael Wolf - Hong Kong

Michael Wolf – Hong Kong

Michael Wolf - Hong Kong

Michael Wolf – Hong Kong

Michael Wolf - Hong Kong

Michael Wolf – Hong Kong

Michael Wolf - Hong Kong

Michael Wolf – Hong Kong

Overigens vertoont die laatste foto grote verwantschap met Romain Jacquet-Lagrèze, over wie ik eerder schreef.

Geplaatst in Fotografen | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ronde Foto’s

Opeens waren ze er, vorig jaar: Ronde Profielfoto’s. Ik zag ze voor het eerst in mijn Google+ account opduiken, kort daarop gebruikte ook Google Apps ze en weer even daarna zag je ze in het ene na het andere sociale medium in gebruik genomen worden.

Fragment Google Apps pagina

Fragment Google Apps pagina

Mijn aanname was dat dit Googles antropomorfe antwoord was op de wel heel rechte en strakke tiles die Microsoft alweer een paar jaar in al zijn user interfaces heeft zitten. Maar het feit dat ik ze voor het eerst bij Google zag, wil natuurlijk niet zeggen dat Google ze ook geïntroduceerd heeft. Op zoek naar het antwoord op de vraag wie dit bedacht heeft, kwam ik op deze blogpost van RockPaperInk uit. En ja hoor, het is natuurlijk gewoon weer een bedenksel van Apple, die het introduceerde met OS X Mountain Lion.

Wat ik interessant vind, is dat de nieuwsmedia deze kennelijk plezierige vormgeving vrij snel overnamen. Onderstaande foto’s kwam je twee jaar geleden nog niet in de Volkskrant tegen.

Artikel in de Volkskrant van 3 oktber 2013

Artikel in de Volkskrant van 3 oktber 2013

Artikel in de Volkskrant van 16 december 2013

Artikel in de Volkskrant van 16 december 2013

Mij bevallen die ronde vormen wel. Het maakt het beeld wat aangenamer om naar te kijken. Mensvormiger, zou je kunnen zeggen.

Maar heel nieuw zijn ronde foto’s nou ook weer niet.

ouderondefotos mqR_SaonK51JT5zB9Vb0fpg mqGF5RWk7ROqAThBvO9DvrQ

Geplaatst in Fotografie | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De voetbalstadions van Nederland

Google’s Satellite View en Street View inspireren veel kunstenaars en fotografen.  Een van de bekendere is Jenny Odell, die Google Maps afspeurt naar objecten die veel voorkomen: vliegtuigen geparkeerd op vliegvelden, boten die in havens liggen, lange vrachttreinen, basketballveldjes, zwembaden in tuinen – dat soort dingen. Ze zoekt ze met veel geduld op en maakt er dan met veel vakmanschap prachtige collages van. Zoals deze:

Jenny Odell - Photographic Collage Groups

Jenny Odell – Photographic Collage Groups

Het bracht mij op het idee om eens te kijken hoe de voetbalstadions van onze Eredivisie erbij liggen. In Google Maps (Street View mode) zocht ik ze alle 18 op, zoomde in naar telkens hetzelfde schaalniveau (’50 meter’), sneed een vierkant uit van precies 800×800 pixels en plakte ze in alfabetische volgorde als een collage aan elkaar.

De 18 stadions van de Nederlandse Eredivisie (seizoen 2013-2014)

De 18 stadions van de Nederlandse Eredivisie (seizoen 2013-2014)

Anders dan Odell zie ik het niet als eindproduct. Het begint nu pas. Wat valt er allemaal waar te nemen?

  • Maar liefst 15 van de 18 stadions liggen met hun lengterichting ergens tussen west-oost en noord-zuid. Dat zal met de zon te maken hebben. De competitiewedstrijden worden tussen herfst en lente gespeeld, meestal halverwege de middag (of ‘s avonds, maar dan is er in die seizoenen geen zon). Door de stadions tussen west en noord te oriënteren, hebben de spelers het minste kans op zon in hun ogen; het zonlicht komt dan het vaakst van opzij. Dat bij 3 stadions de oriëntatie anders is, moet met de beschikbare ruimte te maken hebben.
  • 10 van de 18 stadions liggen in een industriegebied of op een bedrijventerrein (dat zijn de nieuwste en de saaiste).
  • 5 stadions liggen in een woonwijk (dat zijn de oudste en de leukste).
  • 1 stadion ligt in een park.
  • 3 stadions liggen ingeklemd tussen wegen, waterwegen en/of spoorwegen.
  • 10 stadions hebben onvoldoende (zichtbare) parkeerplekken in de directe omgeving.
  • 1 stadion is nog in aanbouw (wat iets zegt over de recentheid van de satellietfoto’s van Google).
  • Bij 1 stadion is de hele grasmat naar buiten geschoven. Op de laatste foto zie je hem voor de deur liggen.

Laat een berichtje achter als jou nog meer opvalt! (Klik op de foto om hem te vergroten.)

Geplaatst in Fotoprojecten, Fotoseries | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Photo’s – by xkcd

'Photos' by xkcd

‘Photos’ by xkcd

Geplaatst in Foto's | Tags: | Een reactie plaatsen

Een selfie is geen zelfportret

Het woord van het jaar 2013 is selfie geworden. Zowel in Engeland en de Verenigde Staten als in Nederland. En dat is leuk, want ik houd van foto’s en van nieuwe woorden.

Wat ook mooi is: het woord bestaat al minstens 12 jaar. Er zijn in deze hyperige tijden woorden die korter meegaan, maar het woord selfie heeft eerst tien jaar een sluimerend bestaan geleid, om vanaf 2012 plotseling exponentieel in gebruik te groeien.

Boer doet selfie

Boer doet selfie

Dit was voor de belangrijkste woordenboekenuitgevers van de betreffende taalgebieden, Oxford Dictionaries en Van Dale, reden om het in 2013 tot woord van het jaar te bombarderen en het voor het eerst in hun woordenboeken op te nemen.

Niet alleen de toename in het gebruik was spectaculair, er zijn ook allerlei variaties (belfie, felfie) en specialisaties ontstaan, waarvan het thema selfies at funerals wel de kroon spant. De Tumbler-site die deze selfies verzamelt, werd wereldnieuws en bereikte binnen een jaar zijn hoogtepunt toen Obama zijn nu al legendarische selfie maakte op de begrafenis van Mandela. Wat de maker droogjes tot zijn laatste post inspireerde: “Obama has taken a funeral selfie, so our work is done here.”

Maar wat is een selfie nou precies? Het woord is niet scherp gedefinieerd, valt mij op. Zo schreven kranten en tijdschriften over selfies alsof het simpelweg fotografische zelfportretten zijn. Hun artikelen over het woord van het jaar gingen vaak vergezeld van tips voor het maken van een goed zelfportret. Zoals hier in Elsevier. Goedbedoeld, maar dit is onderdeel van de cursus portretfotografie en heeft met de selfie niet veel te maken.

Bij OxfordDictionaries.com luidt de definitie als volgt: “A photograph that one has taken of oneself, typically one taken with a smartphone or webcam and uploaded to a social media website.”
Van Dale doet het iets anders: “Fotografisch zelfportret, vaak gemaakt met de camera op armlengte en gepubliceerd op een sociaalnetwerksite.”

De definitie van Van Dale lijkt me iets beter dan die van OxfordDictionaries, omdat die camera op armlengte het typische selfie-beeld oplevert. Hoewel een selfie ook best via een spiegel gemaakt kan worden.

Mr Bean maakt een Polaroid Selfie

Mr Bean maakt een Polaroid Selfie

Maar wat beide definities niet goed uitdrukken, is dat het zelfportret niet de essentie van een selfie is. De essentie is dat de foto bedoeld is voor internet. Beide definities hinten daar wel op, door te zeggen dat de foto ‘vaak’ of ‘typically’ op de social media terecht komt, maar maken niet expliciet dat het daarmee feitelijk een status update is. Want dat is wat wél de essentie is: een selfie is een status update in beeld.

Met een selfie zegt de maker ervan: kijk eens waar ik ben? Of: kijk eens met wie ik ben? Of: kijk eens waar ik getuige van ben? Of: kijk eens wat ik nu aan het doen ben? De beste selfies beantwoorden die vragen allemaal tegelijk, in één beeld dat spreekwoordelijk meer zegt dan duizend woorden; en zeker meer dan 140 twitter-karakters.

Zoals deze nogal ultieme selfie, die zegt: “Ik hang in de ruimte met mijn collega, waar we een reparatie aan ons ruimteschip uitvoeren, ik heb de zon in mijn rug, zie de aarde voor me en ik heb een helm op waarin alles wat ik nu zelf zie, voor jou wordt weerspiegeld.”

spaceselfie

Selfie door astronaut Aki Hoshide, gemaakt in 2012

Geplaatst in Foto's, Fotografie | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie